Endocrine Society scherpt regels aan voor puberteitsremmers — maar niet voor genderzorg

De Endocrine Society publiceerde in 2026 een nieuwe richtlijn voor puberteitsremmers bij vroege, medische puberteit: strikte leeftijdsgrenzen, terughoudendheid met bloedonderzoek en een vaste stopdatum. Voor de veel grotere groep die puberteitsremmers off-label krijgt bij genderdysforie bestaat zo'n kader niet.

Door Ana Claudia Latronico e.a. (Endocrine Society-richtlijncommissie)

· 27 september 2026

De Endocrine Society, de grootste internationale beroepsvereniging van endocrinologen, publiceerde in juni 2026 een nieuwe klinische richtlijn voor het gebruik van GnRH-agonisten — puberteitsremmers — bij kinderen met een vroege, medisch verklaarbare puberteit: centrale precocious puberty (CPP). De richtlijn stelt harde leeftijdsgrenzen aan hoe lang de behandeling mag duren, ontraadt routinematig bloedonderzoek en waarschuwt tegen het routinematig toevoegen van groeihormoon. Opvallend is niet wat er in de richtlijn staat, maar voor wie hij niet geldt: de veel grotere groep kinderen en jongeren die puberteitsremmers off-label krijgt voorgeschreven bij genderdysforie, waarvoor zo'n richtlijn nog altijd ontbreekt.

Wat de richtlijn precies regelt

De richtlijn, geschreven onder voorzitterschap van endocrinoloog Ana Claudia Latronico en gepubliceerd in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism (2026;111(8):2101-2144), gaat over CPP: puberteit die begint voór het zevende (meisjes) of negende (jongens) levensjaar door een te vroeg geactiveerde hormoonas. Voor die op zichzelf staande, goedgekeurde indicatie schrijft het panel onder meer voor dat artsen "aanraden tegen het routinematig voortzetten van GnRHa-behandeling voorbij de chronologische leeftijd van 10,0 tot 11,0 jaar (meisjes) of 11,0 tot 12,0 jaar (jongens)", zoals de Pediatric Endocrine Society de aanbeveling samenvat. Ook routinematige bloedcontroles om de hormoononderdrukking te volgen worden ontraden: klinische observatie — groei, Tannerstadium, botleeftijd — moet leidend zijn, en bloedwaarden zijn er alleen nog voor als een arts behandelfalen vermoedt.

Een kader met een stopdatum

Wat opvalt is de precisie waarmee het einde van de behandeling wordt vastgelegd. Endocrine News, het eigen vakblad van de Endocrine Society, vat het samen als: stoppen bij ruwweg 10-11 jaar bij meisjes en 11-12 jaar bij jongens, geen routinematige genetische tests zonder familiegeschiedenis, geen routinematige hersenscans bij oudere kinderen zonder neurologische klachten, en expliciet geen groeihormoon zomaar erbij. Kortom: een middel met een vastomlijnd doel, een vastomlijnde duur en een vastomlijnd stopmoment.

Ook aan de voorkant van het traject bouwt de richtlijn drempels in. Meisjes bij wie vóór het zevende jaar borstontwikkeling optreedt, moeten eerst vier tot zes maanden worden geobserveerd voordat er ook maar wordt getest — puur om trage, vanzelf uitdovende puberteitsontwikkeling te onderscheiden van een werkelijk snel voortschrijdend proces. En wordt er dan alsnog getest, dan gaat de voorkeur uit naar een eenvoudige bloedbepaling van het hormoon LH in plaats van de belastender GnRH-stimulatietest die lange tijd standaard was. Ook hersenscans worden bij oudere kinderen zonder neurologische signalen ontraden. Elke stap in het traject is zo expliciet afgewogen tegen de belasting voor het kind.

Het contrast met genderzorg

Dat kader staat in schril contrast met hoe puberteitsremmers wereldwijd worden ingezet bij jongeren met genderdysforie — een toepassing waarvoor het middel nooit is geregistreerd bij EMA, FDA of het Nederlandse CBG. Waar de CPP-richtlijn een harde leeftijdsgrens zet waarop de behandeling stopt, kent de genderzorg geen vergelijkbaar vast eindpunt: puberteitsremmers gaan er vaak jarenlang door, gevolgd door kruishormonen, zonder dat een beroepsvereniging ooit met dezelfde precisie heeft vastgelegd wanneer dat traject moet worden bijgesteld of gestaakt. Ook op het punt van de monitoring tijdens de behandeling ontbreekt eenzelfde uitgewerkt, leeftijdsgebonden protocol.

Het verschil is geen toeval. Voor CPP bestaat decennialang vervolgonderzoek naar de lange termijn: hoe groei, botopbouw en vruchtbaarheid zich herstellen na stoppen. Voor de inzet bij genderdysforie is die onderzoekslijn nooit op hetzelfde niveau gekomen — een lacune die ook naar voren komt in de analyse van dertig jaar Dutch Protocol-onderzoek op dutchprotocol.nl, waar diezelfde afwezigheid van betrouwbaar bewijs wordt blootgelegd.

Onze duiding

De richtlijn zelf zegt niets over genderzorg — dat is onze toevoeging, niet die van de Endocrine Society. Maar de vergelijking is leerzaam: waar het orgaan van de eigen beroepsgroep bij een erkende, goed onderzochte indicatie uit voorzorg juist strenger wordt — minder testen, een vaste stopleeftijd, geen onnodige toevoegingen — ontbreekt diezelfde discipline bij de indicatie waarvoor puberteitsremmers inmiddels het vaakst worden voorgeschreven. Dat zou, wat ons betreft, eerder aanleiding moeten zijn voor méér terughoudendheid in de genderzorg, niet minder.

Bronnen

  • Endocrine Society-richtlijncommissie (voorzitter Ana Claudia Latronico), "Central precocious puberty: an Endocrine Society clinical practice guideline", The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, deel 111, nr. 8, p. 2101-2144, gepubliceerd juni 2026 (DOI 10.1210/clinem/dgag168).
  • Endocrine News (redactie), "Endocrine Society Guideline Addresses Different Subgroups of Central Precocious Puberty", 2026 — endocrinenews.endocrine.org.
  • Pediatric Endocrine Society, "Central Precocious Puberty: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline", klinische samenvatting, 2026 — pedsendo.org.
Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Geldt deze nieuwe richtlijn ook voor puberteitsremmers bij genderdysforie?

Nee. De richtlijn van de Endocrine Society (2026) gaat specifiek over centrale precocious puberty: te vroege, medisch verklaarbare puberteit bij jonge kinderen. Het off-label gebruik van puberteitsremmers bij genderdysforie valt hier niet onder — en daarvoor bestaat geen vergelijkbaar uitgewerkt kader.

Wat is het belangrijkste verschil met de aanpak bij genderdysforie?

De CPP-richtlijn legt een vaste leeftijdsgrens vast waarop de behandeling stopt (rond 10-11 jaar bij meisjes, 11-12 jaar bij jongens) en ontraadt onnodig bloedonderzoek. Bij genderdysforie ontbreekt zo'n vastomlijnd stopmoment en volgt vaak jarenlange behandeling met puberteitsremmers, gevolgd door kruishormonen.

Waarom bestaat er wel een strikte richtlijn voor CPP en niet voor genderzorg?

Voor CPP is decennialang onderzoek gedaan naar langetermijneffecten op groei, botopbouw en vruchtbaarheid na het stoppen van de behandeling. Voor de toepassing bij genderdysforie is die onderzoekslijn nooit op hetzelfde niveau gekomen, wat een uitgewerkt, leeftijdsgebonden protocol bemoeilijkt.

Meer artikelen in deze categorie

Endocrine Society scherpt regels aan voor puberteitsremmers — maar niet voor genderzorg

De Endocrine Society publiceerde in 2026 een nieuwe richtlijn voor puberteitsremmers bij vroege, medische puberteit: strikte leeftijdsgrenzen, terughoudendheid met bloedonderzoek en een vaste stopdatum. Voor de veel grotere groep die puberteitsremmers off-label krijgt bij genderdysforie bestaat zo'n kader niet.

Alle artikelen →