Gezondheidsraad houdt vast aan puberteitsremmers, terwijl Europa juist afremt

De Gezondheidsraad concludeert dat puberteitsremmers zorgvuldig worden ingezet, terwijl steeds meer Europese landen ze beperken. Een kritische blik op de commissie, de open brief in Trouw en de eigen cijfers van het advies.

Door Johan Bolhuis

· 20 augustus 2026

De Gezondheidsraad heeft na jaren wachten het langverwachte advies 'Transgenderzorg voor jongeren' uitgebracht, en concludeert dat het Nederlandse model — met puberteitsremmers als eerste medische stap — zorgvuldig is ingericht. Terwijl een groeiend aantal Europese landen puberteitsremmers bij genderdysfore jongeren juist beperkt of stopzet, kiest Nederland voor doorgaan op de ingeslagen weg. Dat roept de vraag op hoe onafhankelijk dit advies eigenlijk tot stand kwam, en of de cijfers die de commissie zelf aandraagt haar eigen geruststellende toon wel rechtvaardigen.

Een commissie met eigen belangen

Volgens juridisch onderzoek van hoogleraar privaatrecht Lodewijk Smeehuijzen, eind vorig jaar gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad, waren zes van de twaalf commissieleden direct of indirect betrokken bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-sekshormonen. Twee van hen waren mede-auteur van een pamflet in Medisch Contact dat artsen opriep hun richtlijnen 'lhbtiq+-sensitief' te maken en vraagtekens zette bij het bestempelen van genderdysforie als aandoening. Diezelfde terminologie — 'genderidentiteit', 'geslacht toegekend bij geboorte' — komt terug in het uiteindelijke advies, zonder dat de commissie de onderliggende aannames zelf ter discussie stelt.

Twijfel die geen gevolgen krijgt

In een open brief aan de Gezondheidsraad, ondertekend door een brede groep artsen, psychologen en onderzoekers en gepubliceerd in Trouw, wordt de kernvraag gesteld: wat behandelen we hier eigenlijk? De ondertekenaars wijzen op onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen waaruit blijkt dat ontevredenheid met het eigen geslacht voorkomt bij ongeveer 11 procent van de onderzochte adolescenten — en dat vrijwel iedereen daar op eigen kracht overheen groeit. De Gezondheidsraad erkent zelf dat de effecten van hormoonbehandeling op cognitie en vruchtbaarheid op de lange termijn onvoldoende zijn onderzocht, maar concludeert vervolgens dat die onduidelijkheid geen reden is om de zorg anders in te richten.

Wat de eigen cijfers laten zien

Het aantal aanmeldingen voor jeugd-genderzorg is tussen 2020 en 2022 meer dan verdubbeld, met een duidelijke verschuiving: relatief meer meisjes, jongeren die zich later in de adolescentie melden, vaker een non-binaire identiteit en vaker bijkomende problematiek zoals autisme, stemmingsklachten of ADHD. Een specifieke analyse van die verschoven doelgroep ontbreekt in het advies. Onderzoek van Amsterdam UMC naar de periode 2009-2019 liet zien dat 82 procent van de aangemelde adolescenten uiteindelijk doorstroomde naar medische transitie. De commissie erkent bovendien zelf dat meer dan 90 procent van de jongeren die met puberteitsremmers starten, aansluitend doorgaat met hormoonbehandeling — een cijfer dat puberteitsremmers eerder als sluis dan als denkpauze typeert.

Nederland tegen de internationale stroom in

Finland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hebben de afgelopen jaren stuk voor stuk hun beleid herzien en puberteitsremmers buiten onderzoeksverband aan banden gelegd. De Gezondheidsraad noemt die ontwikkelingen wel, maar trekt er geen consequentie uit voor het Nederlandse beleid. Voor jongeren die worstelen met hun gender — onder wie een deel dat later vooral blijkt te worstelen met de eigen seksuele geaardheid — betekent dat: het Dutch Protocol blijft ongewijzigd, terwijl het land van herkomst van dat protocol inmiddels een van de weinige in Europa is dat vasthoudt aan de oorspronkelijke lijn.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Is de commissie die dit Gezondheidsraad-advies opstelde onafhankelijk?

Volgens onderzoek van hoogleraar privaatrecht Lodewijk Smeehuijzen waren zes van de twaalf commissieleden zelf direct of indirect betrokken bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-sekshormonen, wat vraagtekens zet bij de onafhankelijkheid van het advies.

Wat betekent het dat meer dan 90% van de jongeren na puberteitsremmers doorgaat met hormonen?

De commissie geeft dit cijfer zelf toe in het advies. Critici lezen het als bewijs dat puberteitsremmers in de praktijk geen neutrale denkpauze zijn, maar in vrijwel alle gevallen de eerste stap in een vaste medische keten richting hormoonbehandeling.

Hoe verhoudt het Nederlandse beleid zich tot andere Europese landen?

Finland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hebben puberteitsremmers de afgelopen jaren beperkt tot onderzoeksverband of stopgezet. Nederland, waar het Dutch Protocol ooit is ontstaan, houdt als een van de weinige landen vast aan het bestaande beleid.

Meer artikelen in deze categorie

Gezondheidsraad houdt vast aan puberteitsremmers, terwijl Europa juist afremt

De Gezondheidsraad concludeert dat puberteitsremmers zorgvuldig worden ingezet, terwijl steeds meer Europese landen ze beperken. Een kritische blik op de commissie, de open brief in Trouw en de eigen cijfers van het advies.

Alle artikelen →