Nieuwe meta-analyse: botdichtheid herstelt niet volledig na puberteitsremmers

Een meta-analyse in JAMA Pediatrics van 751 jongeren laat zien dat de botdichtheid van de wervelkolom na puberteitsremmers en hormoontherapie deels aantrekt, maar gemiddeld onder het beginniveau blijft. In de berichtgeving werd dat een 'ontkrachte mythe' genoemd — de cijfers zelf vertellen een voorzichtiger verhaal.

· 20 augustus 2026

Begin augustus 2026 verscheen in JAMA Pediatrics een meta-analyse naar botopbouw bij transgender adolescenten die puberteitsremmers kregen, gevolgd door gender-affirmerende hormoontherapie. De onderzoekers, onder leiding van Tienforti, voegden data samen uit tien longitudinale cohorten met in totaal 751 jongeren: 427 die bij geboorte als vrouw en 324 die bij geboorte als man waren geregistreerd. In een golf van berichtgeving werd de studie meteen omschreven als het weerleggen van een 'rechtse mythe' over botschade. Wie de cijfers zelf leest, ziet een genuanceerder beeld dan die framing suggereert.

Wat de meta-analyse meet

De onderzoekers volgden botmineraaldichtheid (BMD) op drie momenten: bij de start (T0), na de periode met alleen puberteitsremmers (T1), en na aanvullende hormoontherapie (T2). Gemeten werd op de lumbale wervelkolom, de totale heup en de hals van het dijbeen — de plekken waar DXA-scans doorgaans piekbotmassa in kaart brengen. Bij de bij geboorte als vrouw geregistreerde jongeren daalde de Z-score van de lumbale wervelkolom tijdens de remmerfase met gemiddeld -0,97 (95%-betrouwbaarheidsinterval: -1,09 tot -0,85) ten opzichte van leeftijdsgenoten. Dat is een aanzienlijke afwijking van de norm, niet een marginale.

Herstel, maar niet tot de basislijn

Na de start van hormoontherapie steeg de botmineraaldichtheid weer, met gemiddeld 0,09 g/cm² (95%-BI: 0,07-0,10). Dat herstel is het cijfer dat de meeste koppen haalde. Minder benadrukt: de Z-score bleef ook na deze inhaalslag gemiddeld -0,51 (95%-BI: -0,69 tot -0,34) — dus nog altijd duidelijk onder het niveau van leeftijdsgenoten zonder behandeling. 'Deels hersteld' is iets anders dan 'geen blijvend effect', en de auteurs zelf noemen de vraag of dit restdeficit op volwassen leeftijd tot een hoger fractuurrisico leidt nadrukkelijk onzeker — niet beantwoord.

Waarom de puberteitsjaren niet zomaar in te halen zijn

Adolescentie is het venster waarin het skelet het grootste deel van zijn levenslange piekbotmassa opbouwt, aangedreven door de geslachtshormonen die puberteitsremmers juist onderdrukken. Een tijdelijke onderbreking van die opbouwfase hoeft zich niet één-op-één te vertalen in blijvende schade, maar de aanname dat een paar jaar hormoontherapie op latere leeftijd het gemiste venster volledig kan compenseren, wordt door deze eigen data van de onderzoekers niet onderbouwd. Met gemiddeld drie jaar follow-up per cohort zegt de studie bovendien niets over wat er gebeurt op het moment dat piekbotmassa er werkelijk toe doet: rond het dertigste levensjaar en de decennia van botverlies daarna.

Wat dit betekent voor de discussie

Deze meta-analyse is geen bevestiging dat puberteitsremmers de botten ongemoeid laten, en evenmin het bewijs van onomkeerbare schade. Ze laat een meetbaar, gemiddeld persisterend deficit zien waarvan de klinische gevolgen op lange termijn onbekend zijn — precies het soort onzekerheid dat pleit voor terughoudendheid en voor structurele DXA-monitoring, niet voor geruststelling. Ouders en jongeren die deze route overwegen, doen er goed aan het volledige cijfer te kennen: niet alleen dat er herstel optreedt, maar ook dat dit herstel gemiddeld onvolledig is.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Herstelt de botdichtheid volledig na het starten van hormoontherapie?

Nee. De meta-analyse laat een stijging van de botmineraaldichtheid zien na de start van hormoontherapie, maar de gemiddelde Z-score blijft daarna nog altijd -0,51 — duidelijk onder het niveau van onbehandelde leeftijdsgenoten.

Wat zegt deze studie over het risico op botbreuken later in het leven?

Niets met zekerheid. De onderzoekers noemen het langetermijneffect op fractuurrisico zelf onzeker, omdat de gevolgde cohorten gemiddeld maar rond de drie jaar zijn gevolgd — ver voor het moment waarop piekbotmassa relevant wordt.

Waarom wordt deze studie soms als geruststellend gepresenteerd?

Berichtgeving benadrukte vooral het herstel na hormoontherapie. De cijfers over de blijvende achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten kregen in diezelfde berichtgeving minder aandacht.

Meer artikelen in deze categorie

Nieuwe meta-analyse: botdichtheid herstelt niet volledig na puberteitsremmers

Een meta-analyse in JAMA Pediatrics van 751 jongeren laat zien dat de botdichtheid van de wervelkolom na puberteitsremmers en hormoontherapie deels aantrekt, maar gemiddeld onder het beginniveau blijft. In de berichtgeving werd dat een 'ontkrachte mythe' genoemd — de cijfers zelf vertellen een voorzichtiger verhaal.

Z-score en DXA-scan: hoe je botdichtheid bij adolescenten meet

Botdichtheid bij kinderen en adolescenten wordt gemeten met DXA-scan en uitgedrukt als Z-score. Hoe werkt de meting en wat zijn de grenswaarden?

Schagen 2020 (JCEM): Amsterdamse vervolgstudie naar botgezondheid

Schagen en collega's vervolgden Klink (2015) met een grotere Amsterdamse cohort. Bevestiging: Z-scores blijven onder pre-treatment-niveau, vooral bij geboren meisjes.

Klink 2015 (JCEM): eerste lange-termijn bot-data Amsterdamse cohort

De eerste publicatie die de botgezondheid van Nederlandse Dutch Protocol-patiënten in jongvolwassenheid mat. Z-scores bleven onder pre-treatment-niveau.

Alle artikelen →