Wat een grote review zegt over puberteitsremmers en het brein
Een systematische review van zeventien studies brengt voor het eerst samen wat er bekend is over puberteitsremmers en cognitie. De uitkomst: van omkeerbaarheid is nooit bewijs geleverd, en bij mensen ontbreekt fatsoenlijk vervolgonderzoek vrijwel volledig.
Door Sallie Baxendale
· 21 augustus 2026
In de discussie over puberteitsremmers bij jongeren met genderdysforie gaat het vaak over vruchtbaarheid en botdichtheid. Wat er met de hersenen gebeurt, blijft onderbelicht — terwijl klinisch neuropsycholoog Sallie Baxendale (University College London) daar met een systematische review juist licht op probeert te werpen. Haar analyse, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Acta Paediatrica, brengt zeventien studies samen over de cognitieve effecten van puberteitsonderdrukking. De uitkomst is ongemakkelijk: veel is onbekend, en wat wél bekend is wijst niet op een onschuldig uitstel.
Wat de review samenbracht
Baxendale doorzocht de wetenschappelijke literatuur op onderzoek naar de gevolgen van GnRH-agonisten — de puberteitsremmers die ook in de Nederlandse jeugd-genderzorg worden voorgeschreven — voor cognitie en hersenontwikkeling. Ze vond zeventien bruikbare studies, deels bij proefdieren en deels bij mensen, uiteenlopend van fMRI-onderzoek naar executieve functies tot diermodellen over geheugen en ruimtelijk inzicht. Van een uniform beeld is geen sprake: de review omschrijft de gevonden effecten als complex en vaak sekseafhankelijk. Dat maakt de conclusies lastig te vertalen naar één simpele boodschap, maar de rode draad is dat de hersenen tijdens de puberteit niet stilstaan totdat een behandeling stopt — ze ontwikkelen zich juist onder invloed van dezelfde hormonen die met een puberteitsremmer worden onderdrukt.
Dierstudies wijzen niet op vrijblijvend uitstel
Bij zoogdieren laat onderzoek meetbare gevolgen zien voor leren, geheugen en ruimtelijk redeneren na het onderdrukken van de puberteit, met effecten die tussen mannelijke en vrouwelijke dieren verschillend uitpakken. Belangrijker nog: in geen van de dierstudies is aangetoond dat deze cognitieve veranderingen volledig verdwijnen zodra de behandeling stopt. Dat weerspreekt het beeld van puberteitsremmers als een neutrale pauzeknop die zonder gevolgen weer wordt losgelaten. Voor een behandeling die in de klinische praktijk vaak juist als omkeerbaar wordt gepresenteerd, is dat een relevante bevinding: de review vond geen enkele aanwijzing die dat etiket ondersteunt.
Bij mensen ontbreekt de basis
Voor mensen is het beeld nog schraler. Geen enkele humane studie heeft de neuropsychologische ontwikkeling van jongeren die puberteitsremmers gebruiken systematisch gevolgd met een deugdelijke uitgangsmeting én follow-up. Er is wel een aanwijzing dat puberteitsonderdrukking een nadelig effect heeft op IQ bij kinderen, maar de review benadrukt dat zulke bevindingen zonder gecontroleerd vervolgonderzoek weinig hard te maken zijn. Van de zeventien onderzoeksprioriteiten die internationale specialisten voor jeugd-genderzorg hebben vastgesteld, hebben er negen rechtstreeks te maken met mogelijke neuropsychologische effecten: executieve functies, sociaal bewustzijn, functionele connectiviteit in de hersenen, hersenstructuur en -volume, emotioneel bewustzijn, IQ, risicogedrag, verwerkingssnelheid en geheugen. Dat negen van de zeventien prioriteiten hierover gaan, laat zien dat ook de specialisten die de behandeling zelf toepassen deze kennisleemte als urgent beschouwen.
Een onderzoeksprioriteit die achterloopt bij de praktijk
Baxendale trekt zelf geen conclusie over of puberteitsremmers wel of niet veilig zijn voor de hersenen — haar review concludeert dat die vraag simpelweg nog niet beantwoord is, terwijl de behandeling al jarenlang wordt toegepast, ook in Nederland, waar het Dutch Protocol aan de basis van deze zorg ligt. Voor klinieken en ouders die moeten afwegen of een puberteitsremmer een neutrale pauzeknop is, laat de review zien dat die aanname wetenschappelijk niet is onderbouwd. Zolang degelijk langetermijnonderzoek bij mensen ontbreekt, blijven de aard, omvang en blijvendheid van eventuele cognitieve gevolgen onbeantwoord — en dat noemt de review zelf een dringende onderzoeksprioriteit, negentien jaar nadat de eerste jongeren in Nederland met deze behandeling begonnen.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Verdwijnen de cognitieve effecten van puberteitsremmers weer na het stoppen?
Dat is niet aangetoond. In de dierstudies die Baxendale meenam is in geen van de gevallen bewezen dat cognitieve veranderingen na het stoppen van puberteitsremmers volledig herstellen.
Zijn er goede studies bij mensen naar puberteitsremmers en hersenontwikkeling?
Nee. Baxendale concludeert dat geen enkele humane studie de neuropsychologische ontwikkeling systematisch heeft gevolgd met een deugdelijke uitgangsmeting en follow-up. Wel is er een aanwijzing voor een nadelig effect op IQ bij kinderen.
Wie is Sallie Baxendale en waar verscheen deze review?
Sallie Baxendale is klinisch neuropsycholoog aan University College London. Haar systematische review van zeventien studies verscheen in 2024 in het wetenschappelijke tijdschrift Acta Paediatrica.
Meer artikelen in deze categorie
Wat een grote review zegt over puberteitsremmers en het brein
Een systematische review van zeventien studies brengt voor het eerst samen wat er bekend is over puberteitsremmers en cognitie. De uitkomst: van omkeerbaarheid is nooit bewijs geleverd, en bij mensen ontbreekt fatsoenlijk vervolgonderzoek vrijwel volledig.
Organisatie-activatie-theorie: hoe puberteitshormonen het brein blijvend vormen
Sinds 1959 weten we uit diermodellen dat geslachtshormonen tijdens kritieke ontwikkelingsperiodes de neurale circuits blijvend organiseren. Puberteitsremmers grijpen in op dat venster.
Staphorsius 2015: fMRI-studie naar executieve functies bij Nederlandse adolescenten
Amsterdamse fMRI-studie naar executieve functies bij 25 adolescenten op puberteitsremmers. Geen significant verschil op de Tower of London-taak — maar de auteurs claimden zelf geen veiligheid.
Hough 2017: GnRH-agonisten en blijvende geheugenstoornissen bij schapen
Australische groep behandelde schapen met goseroline tijdens de equivalente adolescente fase en vond blijvende verstoringen van ruimtelijk geheugen — ook na staken.
Schneider 2017 (Frontiers): de Amsterdamse IQ-case
Een single-case studie uit Brazilië volgde één jeugdige patiënt op puberteitsremmers met IQ-test en fMRI. Volwassen IQ daalde met circa 10 punten. Een casus is geen bewijs — wel een signaal.