Staphorsius 2015: fMRI-studie naar executieve functies bij Nederlandse adolescenten
Amsterdamse fMRI-studie naar executieve functies bij 20 adolescenten op puberteitsremmers. Geen significant effect op de Tower of London-taak — maar de groepen waren klein.
Door Redactie puberteitsremmers.nl
· 21 mei 2026
In 2015 publiceerden Annemieke Staphorsius en collega's in Psychoneuroendocrinology een fMRI-studie naar executieve functies bij Amsterdamse adolescenten op puberteitsremmers. Het was, en blijft, een van de zeer weinige systematische cognitieve studies in deze populatie.
Wat de studie deed
20 adolescenten met genderdysforie op puberteitsremmers (8 transmeisjes, 12 transjongens) werden vergeleken met 20 onbehandelde adolescenten met genderdysforie en 45 controle-adolescenten. Allen voerden de Tower of London-taak uit — een gestandaardiseerde test voor planning en executief functioneren — terwijl een fMRI hun breinactiviteit registreerde.
De resultaten
Puberteitsremmers hadden geen significant effect op de prestatie (reactietijd en nauwkeurigheid) vergeleken met onbehandelde adolescenten met genderdysforie van hetzelfde geboortegeslacht. Wel scoorden de behandelde transmeisjes significant lager op nauwkeurigheid dan de controlegroepen. De hersenactivatie verschilde tussen de groepen; de klinische betekenis daarvan is onduidelijk.
Beperkingen
De auteurs concludeerden dat puberteitsremmers geen effect hadden op de Tower of London-prestatie. De groepen waren klein (8 en 12 behandelde jongeren), het onderzoek keek naar één moment, en cognitieve domeinen buiten Tower of London (geheugen, sociaal cognitief functioneren, IQ) werden niet onderzocht.
Hoe de studie wordt geciteerd
In het publieke debat wordt Staphorsius 2015 soms ingezet als 'bewijs dat puberteitsremmers cognitief veilig zijn'. Dat gaat verder dan de studie kan dragen. De Cass Review (2024) en de NICE evidence review (2021) beoordelen het bewijs over cognitieve effecten als zeer onzeker: één smal onderzoek met negatieve bevinding is geen veiligheidsbewijs, alleen afwezigheid van één type kortetermijn-signaal.
Bron
Staphorsius A.S., Kreukels B.P.C., Cohen-Kettenis P.T., Veltman D.J., Burke S.M., Schagen S.E.E., Wouters F.M., Delemarre-van de Waal H.A., Bakker J. — Puberty suppression and executive functioning: An fMRI-study in adolescents with gender dysphoria. Psychoneuroendocrinology, 2015
Meer artikelen in deze categorie
Wat een grote review zegt over puberteitsremmers en het brein
Een systematische review van zeventien studies brengt voor het eerst samen wat er bekend is over puberteitsremmers en cognitie. De uitkomst: van omkeerbaarheid is nooit bewijs geleverd, en bij mensen ontbreekt fatsoenlijk vervolgonderzoek vrijwel volledig.
Organisatie-activatie-theorie: hoe puberteitshormonen het brein blijvend vormen
Sinds 1959 weten we uit diermodellen dat geslachtshormonen tijdens kritieke ontwikkelingsperiodes de neurale circuits blijvend organiseren. Puberteitsremmers grijpen in op dat venster.
Staphorsius 2015: fMRI-studie naar executieve functies bij Nederlandse adolescenten
Amsterdamse fMRI-studie naar executieve functies bij 20 adolescenten op puberteitsremmers. Geen significant effect op de Tower of London-taak — maar de groepen waren klein.
Hough 2017: GnRH-agonisten en blijvende geheugenstoornissen bij schapen
Een Schots-Noorse groep behandelde schapen met een GnRH-agonist tijdens de equivalente adolescente fase en vond blijvende verstoringen van ruimtelijk geheugen — ook na staken.
Schneider 2017 (Frontiers): de Braziliaanse IQ-case
Een single-case studie uit Brazilië volgde één jeugdige patiënt op puberteitsremmers met IQ-test en MRI. Het IQ daalde met circa 10 punten. Een casus is geen bewijs — wel een signaal.