← Alle artikelendutch-protocol

de Vries 2011: de prospectieve cohort van 70 — fundament van het Dutch Protocol

Annelou de Vries en collega's publiceerden in 2011 een prospectieve studie van 70 jongeren met puberteitssuppressie. Een hoofdstuk uit het Dutch Protocol — én een hoofdstuk dat sindsdien zwaar bekritiseerd is.

Door Redactie puberteitsremmers.nl

· 26 mei 2026

In 2011 publiceerden Annelou de Vries en collega's in het Journal of Sexual Medicine een prospectieve cohort-studie van 70 Amsterdamse adolescenten die puberteitssuppressie hadden ondergaan. Het was, samen met het vervolgartikel uit 2014, het wetenschappelijke fundament waarop het Dutch Protocol internationaal werd geadopteerd.

Wat de studie deed

Zeventig jongeren met de DSM-diagnose 'gender identity disorder' werden vanaf gemiddeld 14-15 jaar behandeld met triptoreline. Psychologische uitkomsten werden gemeten met gestandaardiseerde vragenlijsten op twee meetmomenten: bij start van puberteitsremmers, en vlak vóór start van cross-sex hormonen (gemiddeld 1,9 jaar later).

De gerapporteerde uitkomsten

De auteurs concludeerden dat psychologisch functioneren tijdens de puberteitssuppressie stabiel bleef of licht verbeterde — met afnames in depressie en gedragsproblemen en stabiele scores op gender-identity-stress. Geen van de behandelde jongeren stopte tijdens de studieperiode met puberteitsremmers, en allen gingen door naar cross-sex hormonen.

Methodologische beperkingen

Sindsdien is een lijst van bezwaren tegen deze studie geformuleerd door onafhankelijke onderzoekers (Biggs 2022, Levine 2022, Hunter 2023). De kern: geen controlegroep, geen randomisatie, kleine selectief cohort, korte follow-up, en — cruciaal — het feit dat 100% doorging naar cross-sex hormonen weerspreekt de oorspronkelijke 'denkpauze'-rationale. Wat als denkpauze werd gepresenteerd, bleek empirisch een onomkeerbaar pad.

Wat de Cass Review hierover zei

De Cass Review (2024) heeft de studie en haar interpretatie systematisch heranalyseerd via de Universiteit van York. Conclusie: de bewijskracht voor de centrale claims van het Dutch Protocol is 'remarkably weak'. De extrapolatie van deze ene cohort naar wereldwijde routinezorg houdt geen methodologische stand.

Bron

de Vries A.L.C., Steensma T.D., Doreleijers T.A., Cohen-Kettenis P.T. — Puberty suppression in adolescents with gender identity disorder: A prospective follow-up study. J Sex Med, 2011

Meer artikelen in deze categorie

Michael Biggs (Oxford) 2022: de scherpste heranalyse van het Dutch Protocol

In 2022 publiceerde de Oxford-socioloog Michael Biggs een lange heranalyse van de Dutch Protocol-studies. Zijn conclusie: de oorspronkelijke claims houden methodologisch geen stand.

de Vries 2014: de Pediatrics-vervolgstudie van 55 jongvolwassenen

De vervolgpublicatie in Pediatrics (2014) volgde 55 jongvolwassenen, ongeveer een jaar na geslachtsbevestigende chirurgie. Op basis van deze studie is wereldwijde adoptie versneld.

de Vries 2011: de prospectieve cohort van 70 — fundament van het Dutch Protocol

Annelou de Vries en collega's publiceerden in 2011 een prospectieve studie van 70 jongeren met puberteitssuppressie. Een hoofdstuk uit het Dutch Protocol — én een hoofdstuk dat sindsdien zwaar bekritiseerd is.

Cohen-Kettenis & van Goozen 1998: de eerste publicatie over puberteitsremmers bij genderdysforie

In 1998 verscheen het eerste artikel waarin puberteitssuppressie bij een adolescent met genderdysforie werd beschreven. De casuïstiek werd internationaal vrijwel meteen overgenomen.

Alle artikelen →