Hoofdstuk 5 · brein

Hersenontwikkeling tijdens onderdrukte puberteit

De adolescentie is niet alleen een groei-spurt voor het skelet, maar ook voor het brein. Synaptische pruning, myelinisatie, integratie van prefrontale en limbische circuits — het gebeurt allemaal onder hormonale invloed. Wat puberteitsremmers daar precies mee doen, is grotendeels onbekend. Dat is de eerlijke samenvatting van de wetenschappelijke stand van zaken.

Waarom doet de puberteit iets met het brein?

Geslachtshormonen werken niet alleen op de geslachtsorganen. Oestrogeen- en androgeenreceptoren komen tot expressie in vrijwel het hele zoogdier-brein, met hogere dichtheden in onder meer hippocampus, amygdala, prefrontale cortex en hypothalamus. Tijdens de adolescentie reguleren deze hormonen synaptische dichtheid, myelinisatie van witte stof, en de finale uitbouw van neurale circuits voor executief functioneren, emotionele regulatie, sociale cognitie en seksueel gedrag.

Dit is dezelfde fase waarin adolescenten cognitief, emotioneel en sociaal volwassen worden. Een fase die zich niet zonder consequenties laat onderbreken — als je een proces stillegt waarvan we de werking nog niet volledig begrijpen, weet je per definitie niet wat je tegelijk uitschakelt.

Wat is een 'critical window'?

Een ontwikkelingspsychologisch begrip: een fase waarin het brein extra gevoelig is voor specifieke prikkels en hormonen, en waarin bepaalde structuren onomkeerbaar worden ingericht. De adolescentie geldt — in tegenstelling tot bijvoorbeeld het eerste levensjaar — niet als één enkel kritisch venster, maar als een opeenstapeling van meerdere kortere vensters voor verschillende cognitieve en emotionele functies.

Wat zegt het beschikbare onderzoek?

Hier komt het ongemak. De omvang van het direct-toepasselijke onderzoek bij adolescenten met genderdysforie is beperkt. Twee Amsterdamse studies (Hough et al. Psychoneuroendocrinology 2017; Staphorsius et al. Psychoneuroendocrinology 2015) hebben in kleine cohorten gekeken naar IQ-effecten en hersenactiviteit (fMRI) tijdens executieve taken bij geremde versus niet-geremde adolescenten. De resultaten waren gemengd — geen alarmerende cognitieve achteruitgang in IQ-tests, maar wel afwijkingen in patronen van neurale activatie. Methodologische beperkingen: kleine N, korte follow-up, geen blindering.

Dierproeven (overwegend bij schapen) hebben consistenter laten zien dat GnRH-agonist-blootstelling tijdens de juveniele/peripuberale fase verschillen geeft in hippocampusvolume, neuro-endocriene respons-stress en gedrag — met effecten die ten dele blijven bestaan na staken van de medicatie. Of die bevindingen één-op-één naar de mens vertaalbaar zijn, is precies de open vraag.

De Cass Review-systematische reviews concludeerden dat de evidence over cognitieve, emotionele en breinontwikkelings-effecten op middellange en lange termijn ontoereikend is om de behandeling als routinezorg te rechtvaardigen. Dat is geen aanval; het is een methodologische conclusie.

"Critical questions about the impact of puberty suppression on psychological well-being, cognitive development, and brain maturation remain unanswered. There is no evidence that puberty blockers improve gender dysphoria or mental-health outcomes."

— Cass Review, eindrapport — synthese van de systematic reviews uitgevoerd door York University, april 2024

De Nederlandse zelf-evaluatie

Opmerkelijk: het Amsterdamse team heeft zelf in 2015 onderzocht (Staphorsius) of GnRH-agonist-behandeling het executief functioneren van adolescenten beïnvloedt. Conclusie: geen significant verschil tussen geremde en niet-geremde adolescenten op één specifieke executieve-functietest (Tower of London). De studie was klein, kortdurend en gebruikte één instrument. Het Amsterdamse team interpreteerde de uitkomst als geruststellend; critici (waaronder Biggs, 2022 in Journal of Sex & Marital Therapy) wezen erop dat afwezigheid van bewijs niet hetzelfde is als bewijs van afwezigheid, en dat één-test-bevindingen onvoldoende basis bieden voor klinische geruststelling over hersenontwikkeling.

Wat onbekend is, telt

In de evidence-based medicine geldt: absence of evidence is not evidence of absence. Dat de gepubliceerde studies geen catastrofale effecten op IQ of werkgeheugen hebben aangetoond, betekent niet dat er geen subtielere of latere effecten zijn op bijvoorbeeld emotionele regulatie, seksualiteit, romantische ontwikkeling, identiteitsformatie of psychiatrische kwetsbaarheid. Het betekent ook niet dat geremde adolescenten op hun veertigste dezelfde hersenstructuren en functies hebben als niet-behandelde leeftijdsgenoten. Die studies bestaan niet.

Voor een interventie die nu wereldwijd op tienduizenden minderjarigen wordt toegepast, is dat een opmerkelijk smalle bewijsbasis voor een orgaan dat literally bestaat uit het organiseren van alle menselijke ervaring.

Bronnen

Staphorsius A.S. et al. — Puberty suppression and executive functioning: An fMRI study in adolescents with gender dysphoria. Psychoneuroendocrinology, 2015.

Hough D., Bellingham M., Haraldsen I.R.H., McLaughlin M., Robinson J.E., Solbakk A.K., Evans N.P. — A reduction in long-term spatial memory persists after discontinuation of peripubertal GnRH agonist treatment in sheep. Psychoneuroendocrinology, 2017.

Biggs M. — The Dutch Protocol for Juvenile Transsexuals: Origins and Evidence. Journal of Sex & Marital Therapy, 2022.

York University Systematic Reviews — Puberty suppression for gender dysphoria, in: Cass Review (2024).

Sisk C.L., Foster D.L. — The neural basis of puberty and adolescence. Nature Neuroscience, 2004 (theoretisch kader).

Volgende stap

Wat met fertiliteit en seks? → Fertiliteit en seksualiteit