Dosering puberteitsremmers bij adolescenten met genderdysforie

Welke doseringen worden gangbaar gegeven en op welke onderbouwing? Een overzicht van de meest gebruikte schema's bij triptoreline, leuproreline en goseroline.

Door Redactie puberteitsremmers.nl

· 13 juni 2026

Doseringen van puberteitsremmers bij adolescenten met genderdysforie zijn niet door enige registratie-autoriteit voor deze indicatie vastgesteld. De gebruikte schema's komen voort uit extrapolatie van de pubertas-praecox-doseringen, soms verhoogd voor oudere en zwaardere adolescenten.

Triptoreline (Decapeptyl)

De Nederlandse standaard: 11,25 mg intramusculair per 3 maanden. Bij ontoereikende onderdrukking: 3,75 mg per maand, of 22,5 mg per 6 maanden (in de praktijk zelden gebruikt). Het volwassen-prostaatcarcinoom-schema is identiek: 11,25 mg/3 mnd. Voor pubertas praecox bij kleine kinderen wordt vaak lager gedoseerd (3,75 mg/4 wk).

Leuproreline (Lupron Depot-PED)

In de Amerikaanse pediatrische jeugd-genderzorg gebruikelijk: 11,25 mg, 22,5 mg of 30 mg per 3 maanden, afhankelijk van leeftijd en gewicht. De 30 mg/3 mnd-dosering wordt vaker ingezet bij oudere adolescenten omdat de standaard 11,25 mg/3 mnd bij grotere lichaamsgewichten onvoldoende kan onderdrukken.

Goseroline (Zoladex)

Implantaat van 10,8 mg subcutaan per 3 maanden (of 3,6 mg per maand). Tot 2024 in de Britse jeugd-genderzorg gangbaar; sinds december 2024 in Engeland alleen nog binnen onderzoeksverband te geven.

Histreline (Supprelin LA)

Subcutaan implantaat 50 mg per 12 maanden. Niet in Nederland.

Monitoring van onderdrukking

Doel is LH en FSH onder de pre-puberale grens te houden (LH typisch < 0,3 IU/L), met testosteron of oestradiol op pre-puberale waarden. Bij ontoereikende onderdrukking volgt verhoging van de dosis, verhoging van de toedieningsfrequentie, of wissel van middel.

Onderbouwing en kanttekening

Deze doseringen zijn 'usual practice' zonder dat ze door een gerandomiseerde dosis-vinding-studie zijn vastgesteld voor genderdysforie. De Cass Review noemt dit als een van de structurele tekortkomingen in de evidence-base: zelfs de dosering rust op extrapolatie en consensus, niet op systematisch onderzoek.

Meer artikelen in deze categorie

Monitoring tijdens behandeling met puberteitsremmers

Welk bloed- en beeldvormend onderzoek wordt tijdens behandeling met puberteitsremmers uitgevoerd? Een overzicht van labwaarden, DXA-scans en groeicurves.

Informed consent voor puberteitsremmers bij minderjarigen — wat hoort erin?

Off-label gebruik van puberteitsremmers vraagt schriftelijke informed consent. Wat moet daar volgens KNMG en internationale richtlijnen in staan?

Dosering puberteitsremmers bij adolescenten met genderdysforie

Welke doseringen worden gangbaar gegeven en op welke onderbouwing? Een overzicht van de meest gebruikte schema's bij triptoreline, leuproreline en goseroline.

Bijwerkingen puberteitsremmers op korte termijn

Opvliegers, hoofdpijn, gewichtstoename, stemmingsschommelingen — wat zijn de korte-termijn bijwerkingen van puberteitsremmers?

Injectiefrequentie puberteitsremmers: 1-, 3- of 6-maandelijks?

Puberteitsremmers zijn er als 1-, 3-, 4- en 6-maands depot. Welke frequentie wordt gekozen en waarom?

Wanneer beginnen met puberteitsremmers: Tannerstadium 2-3 uitgelegd

Het Dutch Protocol start puberteitsremmers bij Tannerstadium 2 of 3. Wat betekenen die stadia en waarom is juist dit moment gekozen?

Alle artikelen →