Wanneer beginnen met puberteitsremmers: Tannerstadium 2-3 uitgelegd

Het Dutch Protocol start puberteitsremmers bij Tannerstadium 2 of 3. Wat betekenen die stadia en waarom is juist dit moment gekozen?

Door Redactie puberteitsremmers.nl

· 8 juni 2026

In het oorspronkelijke Dutch Protocol begint puberteitsremming bij Tannerstadium 2 of 3 — kort nadat de eerste puberteitskenmerken zichtbaar worden. Dat moment is geen toeval: het werd gekozen om te voorkomen dat onomkeerbare secundaire geslachtskenmerken al volledig zijn ontwikkeld.

De Tanner-classificatie

De Britse kinderarts James Tanner ontwikkelde in de jaren zestig een 5-stadia-classificatie voor puberteitsontwikkeling, apart voor jongens (genitaliën) en meisjes (borstontwikkeling en schaamhaar). Stadium 1 is prepuberaal, stadium 5 volledig volwassen. Stadia 2 en 3 vallen samen met de eerste tot tweede helft van de actieve puberteit: bij meisjes de eerste borstontwikkeling (thelarche) en eerste schaamhaar; bij jongens de eerste testes- en penisgroei.

Waarom Tanner 2-3 als startmoment?

De redenering: vóór Tanner 2 is er nog geen sprake van puberteit en bestaat er ook nog geen aantoonbare puberteitsdysforie. Voorbij Tanner 4-5 zijn de meeste secundaire geslachtskenmerken al uitgekristalliseerd en kunnen ze niet meer worden voorkomen, alleen nog chirurgisch verminderd (mastectomie, FFS). Tanner 2-3 zou volgens het Dutch Protocol een 'venster' bieden waarin de puberteit nog kan worden onderbroken voordat onomkeerbare veranderingen optreden.

Kritiek op het vroege startmoment

Drie bezwaren komen telkens terug. Eén: Tanner 2 valt bij meisjes vaak rond 10-11 jaar — een leeftijd waarop hormonale ontwikkeling en identiteitsontwikkeling nog nauwelijks begonnen zijn. Twee: door zo vroeg te starten wordt het natuurlijke proces van puberale identiteitsoverweging onderbroken, met als gevolg dat de behandeling zelf de identiteitskeuze kan fixeren. Drie: in vrijwel 100% van de Tanner 2-3 starters volgt cross-sex hormoonbehandeling — geen 'denkpauze' maar een irreversibel pad.

Internationale heroverweging

De Cass Review beoordeelt het vroege startmoment als onvoldoende onderbouwd. Zweden en Finland behandelen geen Tanner 2-3 patiënten meer routinematig. Nederland houdt vast aan het oorspronkelijke schema.

Meer artikelen in deze categorie

Monitoring tijdens behandeling met puberteitsremmers

Welk bloed- en beeldvormend onderzoek wordt tijdens behandeling met puberteitsremmers uitgevoerd? Een overzicht van labwaarden, DXA-scans en groeicurves.

Informed consent voor puberteitsremmers bij minderjarigen — wat hoort erin?

Off-label gebruik van puberteitsremmers vraagt schriftelijke informed consent. Wat moet daar volgens KNMG en internationale richtlijnen in staan?

Dosering puberteitsremmers bij adolescenten met genderdysforie

Welke doseringen worden gangbaar gegeven en op welke onderbouwing? Een overzicht van de meest gebruikte schema's bij triptoreline, leuproreline en goseroline.

Bijwerkingen puberteitsremmers op korte termijn

Opvliegers, hoofdpijn, gewichtstoename, stemmingsschommelingen — wat zijn de korte-termijn bijwerkingen van puberteitsremmers?

Injectiefrequentie puberteitsremmers: 1-, 3- of 6-maandelijks?

Puberteitsremmers zijn er als 1-, 3-, 4- en 6-maands depot. Welke frequentie wordt gekozen en waarom?

Wanneer beginnen met puberteitsremmers: Tannerstadium 2-3 uitgelegd

Het Dutch Protocol start puberteitsremmers bij Tannerstadium 2 of 3. Wat betekenen die stadia en waarom is juist dit moment gekozen?

Alle artikelen →